is toegevoegd aan je favorieten.

De snoek van Ventje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SNOEK VAN VENTJE

„Laat u hem ,.. zwemmen?" stiet Peter verbaasd uit.

„Misschien wel/ zei Ventje. „Dat hangt van de nicht van den knecht van onzen melkboer af."

Luuk trok een rimpel, vond 't nogal ingewikkeld.

„Zie je,” legde Ventje uit, „die nicht gaat binnenkort trouwen en heeft wel idee in Adolfs zwembassin; in het bad bedoel ik. Duifje heeft het balletje opgeworpen en als de nicht van den knecht van den melkboer toehapt, bij wijze van spreken, moet Adolf zoo gauw mogelijk de deur uit."

„In welk water laat u hem dan vrij?" vroeg Peter.

„In het dichtstbijzijnde water natuurlijk, in de tochtsloot bij den molen. Waarom zou ik hem verder weg brengen? Het zal toch al een heel transport worden, enne... nu ik hier tóch ben... als ’t zoo ver is ... willen jullie dan ... ik bedoel... een handje helpen ... ?"

Zoowel Peter als Luuk ging eindelijk een licht op! De slimme Ventje had van de gelegenheid een dankbaar gebruik gemaakt het gesprek op dit onderwerp te brengen en zoodoende hun hulp te vragen. Onwillekeurig moest Luuk even lachen, Ventje was en bleef toch onverbeterlijk. Moest je dat onschuldige gezicht van hem zien ...

„Nou?" vroeg het heertje nieuwsgierig.

„Als 't werkelijk zoover is, moet u me maar een seintje geven," antwoordde Luuk, hulpvaardig als steeds. „Maar voor de tochtsloot bij den molen voel ik niet s."

Ventje had op dat moment geen belangstelling voor liet — waarom — op die woorden en nam afscheid.