is toegevoegd aan je favorieten.

De snoek van Ventje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SNOEK VAN VENTJE

Het bovenhuis bestond uit twee kamers, een keuken en een vliering. Aangezien de meeste meubelen in de villa op afbetaling waren gekocht en nog voor geen tiende betaald waren, was het meubilair van de bovenwoning niet veel zaaks, zooals Jaap Kleyn zich minachtend uitdrukte, toen hij Bot op een middag met 'n bezoek vereerde.

Na deze woorden slaakte Bot een diepen zucht, liet zich behoedzaam op een kale zeepkist zakken en keek z'n vroegeren compagnon hongerig aan.

„Zeg 's, heb je soms 'n sigaretje voor me?"

„Niks bij me," antwoordde Jaap koel. ,,'t Is slecht met verdienen en per slot van rekening kan 'n mensch wel buiten sigaretjes en zoo."

Bot glimlachte spottend.

„Wat 'n wijsheid en wat 'n verstand. Zoo zoo, is 't bij jou ook al zoo slecht met verdienen. Nou, hier is 't heelemaal hommeles.”

„Weet je wat we zijn geweest? Oerdom!” sprak Jaap na een korte stilte.

„Dom?"

„Ja, we hadden een veel beter slaatje uit dien snoek kunnen slaan, toen we Van Wijck met die kleine comedie een poets bakten. We hadden honderd gulden meer kunnen maken."

„Wie heeft de comedie met Hannes gespeeld, jij of ik?" vroeg Bot hoonend. „Had dan uit je zelf honderd gulden meer gevraagd.”

Jaap Kleyn bleef het antwoord schuldig. Hij scheen ernstig over iets na te denken.

„Hoe is 't eigenlijk met den snoek afgeloopen?" vroeg Bot nieuwsgierig.

„Van Wijck zou hem eergisterenavond in de sloot