is toegevoegd aan je favorieten.

De snoek van Ventje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SNOEK VAN VENTJE

dienen, Jaap! sprak hij eindelijk. ,,Ik heb 'n denderend idee, beste jongen. Een daverend idee!”

„Dat zal wel..."

Jaap Kleyn lachte ongeloovig.

„Maar eerst moet ik het dier hier hebben.”

„Ga hem halen, man!”

„Je weet best, Jaap, dat i k heelemaal niet naar meneer van Wijck kan gaan. Als we elkaar ontmoeten wordt 't vast en zeker hommeles. Die man heeft iets in z'n oogen, dat ik niet goed kan verdragen. Er zijn meer van die menschen, je begrijpt wel wat ik bedoel, nietwaar? Van die onbetrouwbare sluwe lui... Bovendien heeft dat kleine, inhalige kereltje me met die autobussengeschiedenis een leelijke poets gespeeld.”

> .«Kom kom... lachte Jaap. „J ij bent anders óók niet achttien-karaat."

.«Zeg j ij maar heelemaal niets,” vloog Bot spinnijdig op.

„Ik zwijg als... als 'n snoek,” sprak Jaap.

„Een gloednieuw bankbiljet van tien gulden, als je vandaag nog snoek Adolf hier brengt!” vervolgde Bot langzaam en duidelijk sprekend.

Jaap begon weer te grinniken.

„Gloednieuw nog wel! Maak je ze zelf tegenwoordig? Dat looft een bankje van tien uit en heeft zelf geen dubbeltje om een pakje sigaretten te koopen. Is-ie-effe-goed?”

Bot klopte op z’n binnenzak, die leeger dan leeg was. „Als ik iets beloof kom ik m'n belofte na, dat weet je wel!” zei hij nadrukkelijk.

„Och kom...” lachte Jaap, maar hij begon te aarzelen.