is toegevoegd aan je favorieten.

Teus ziet het spoor

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O, een repetitie/’ begreep Wim. „Maar wel een rare enscenering houden jullie er op na.”

„Dat was nou, wat je noemt een noodvoorstelling,” lachte Greet. „Wat deden jullie ons ook opeens te overvallen? We verwachtten jullie helemaal niet.”

„Waar zijn Vader en Moeder?”

„Voor een weekend bij oom Ru.”

„Hè,” zei Wim teleurgesteld. „Nou valt mijn verrassing in duigen.”

„Mag ik even voorstellen,” zei Kees. „Wim Helmers, candidaat in de medicijnen.”

„O, jongen,” juichte Greet opgewonden. „Hoor je dat, Teus?”

„Ja,” zei Teus stil, maar Wim zag, hoe haar ogen blij oplichtten.

„Sinds vanmiddag,” vertelde hij dan. „Nou en toen ik naar Delft. Kees opgehaald vanwege de vreugde. We hebben nog niet eens gegeten. Hebben jullie niets? Thee of wat ook.”

„Er was thee en er waren slagroomwafels,” verkondigde Greet somber.

„Brood misschien?”

„Binnen een kwartier is er een volledig souper,” zei Teus hartelijk.

„Hors d’oeuvre, bouillon en toast. Vooruit Greet. Mee.”

„Dat is nou, wat je noemt een behulpzame geest,” lachte Kees en streek eens over zijn maag.

„Ja, die van de toekomende Kersttijden,” zei Wim Zelfverzekerd en Teuna blozend, maakte, dat ze wegkwam.

„Ga jij de tafel nou vast dekken,” zei ze een kwartier later tegen Greet.

„Zullen we thee of koffie zetten? Het water kookt toch voor den bouillon.”