is toegevoegd aan je favorieten.

Teus ziet het spoor

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En Geerte proestte.

„Die zijn wat van plan, hoor,” zei Kees wantrouwend.

„Laten we nou Jan ook nog een vreugde bereiden,” Zei Teus, „en morgen het verhaal doen.”

„Van jullie plannen?”

„Zoiets.”

„Dan hebben we trouwens nog meer,” grinnikte Greet, die opeens dacht aan de ganzen, veilig verborgen door het gordijn.

„Mensen, als jullie klaar zijn, ruim ik den boel weg,” Zei Geerte. „Het heeft mij fijn gesmaakt.”

„Wacht, ik help je even,” kwam Greet. „Nee, Teus, hou jij je gemak. Het is zo gebeurd.”

„Laat mij dan de logeerkamer op orde brengen,” zei Teuna.

„Ook in no time, Teus?” vroeg Wim.

„Ik doe alles in no time, behalve mijn eind.”

„Ga nou niet over het eind zeuren,” smeekte Greet.

„Dat is het ergste nog niet,” zei Teuna somber. „Daar Zorgt nou John wel voor. Maar dan een baantje.”

,/t Komt wel,” troostte Kees vaderlijk. „Jij hebt trouwens een schone toekomst voor je.”

„Ik?” vroeg Teuna stom verbaasd.

„Ja. Met dat gillen zul je een daverend succes behalen. En het slot zal zijn, meisje, dat je overal gastrollen moet vervullen in stukken, waar die prachtige prestatie van je tot zijn recht komt,” voorspelde Kees kalm.

„Ik deed mijn eind niet eens, als ik jou was, Teus,” ried Greet aan.

„Ja, jij maakt het weer belachelijk,” merkte Kees op. „Ik zal je eens wat vertellen. Ik heb dinges eens horen gillen in, nou ja, kom nou, hoe heet het ook weer? Toe nou, Wim, weet jij het niet?”