is toegevoegd aan je favorieten.

Teus ziet het spoor

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Koest maar/' lachte Teus. „Het maagje is gevuld. Ben je niet erg vroeg?"

„Ja. Maar het is vertelavond voor de grote jongens/'

„O fijn/' herinnerde Teuna zich. „Ik ga gauw luisteren."

Mevrouw Meyendaal behandelde „De kleine Johannes" met vrije fantasietjes van haarzelf er tussen, zodat de kinderen het geheel als een sprookje konden begrijpen en de diepte er van verstaan, omdat ongezegd bleef, wat boven hun bevatting ging.

Mooi vond Teuna het, zoals mevrouw dat deed. Het gaf je zelf het gevoel van een wonderschone belevenis.

„Dat dacht ik wel,” stoorde Lieske haar. „Wout heeft trouwens al gevraagd of ik je sturen wilde, zodra ik je Zag verschijnen."

„Ik ben al weg," lachte Teuna en liep de gangen weer terug naar het gedeelte vanwaar ze juist kwam.

In de grote roodgeplavuisde hal gekomen, opende ze dan de tegenovergestelde deur van haar eigen afdeling en betrad opnieuw een lange gang. Geerte's autoped zou je hier werkelijk kunnen gebruiken en ze glimlachte om de malle gedachte. Trouwens autopeds waren er wel te vinden op den Zonhoek, al werden ze ook niet veel gebruikt.

In het kleine ziekenkamertje, dat aan de jongenszaal grensde, vond ze Wout reeds in blijde afwachting van haar komst. Hij glimlachte met een zonnig oplichten van zijn gehele gezichtje, zodra hij haar zag, legde meteen, hoewel gans overbodig, den vinger op zijn mond, want de diepe donkere altstem van mevrouw Meyendaal klonk haar reeds tegemoet.

Teuna zacht op haar rubberzolen, stapte de kamer in tot aan het bed en boog zich over den jongen heen.