is toegevoegd aan je favorieten.

Teus ziet het spoor

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dag,” fluisterde ze en zette zich op het voeteneind van het hoge ledikant, waarop de dertienjarige Wout reeds maanden uitgestrekt lag.

Eigenlijk was Wout de vergissing van den Zonhoek, want in een herstellingsoord kwam je gewoonlijk om er gezond weer vandaan te gaan en niet om er te blijven. Ja en Wout was er blijkbaar gekomen om er te sterven. En toch behield dokter Meyendaal hem en deed hem niet naar elders vervoeren. Hij had een te warm plaatsje in zijn hart voor dezen zo blijmoedigen patiënt en ze hielden allen zoveel van Wout, dat er letterlijk gesmeekt was hem te doen blijven.

Ze zouden er allen de speciale verzorging, die zijn verpleging vereiste bijnemen, al moesten zij vaak haar vrijen tijd ten offer brengen, als de dingen wat in elkaar liepen.

Ook Teuna was aanstonds onder de bekoring gekomen van dit fijnbesnaarde kereltje, dat zich van zijn toestand zo bewust was. Zijn ouders waren in het buitenland en hij was jaren bij zijn grootmoeder in huis geweest. Er lag over dit alles een waas van geheimzinnigheid, maar niemand echter, die het rechte scheen te weten. Dokter Meyendaal vanzelf wel, maar die zweeg natuurlijk. In ieder geval moesten het beschaafde mensen zijn, te oordelen naar hetgeen daarvan aan Wout te merken was.

Van tijd tot tijd bezocht zijn grootmoeder hem en dan verkeerde de Zonhoek in een lichte staat van opwinding, die met moeite onderdrukt werd. Ze was een hautaine verschijning van een neerbuigende vriendelijkheid en ze werkte zo benauwend op het zustertje, dat tijdens haar bezoek Wout moest bedienen, dat haar geïrriteerdheid op de anderen aanstekelijk werkte. De patiënt zelf bleef er echter tamelijk laconiek onder, hoewel Lieske beweerde,