is toegevoegd aan je favorieten.

Het graf van den Amonpriester

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L

DE BRIGADIER.

Voor de zesde maal binnen een half uur tijds drukt de chef van de Parijsche geheime politie op de schel van zijn schrijftafel.

Voor de zesde maal staat de dienstdoende brigadier in het zijkamertje zuchtend op en klopt beleefd aan de deur van het privé-kantoor.

„Entrez!” klinkt een scherpe stem. Brigadier Dumoulin wacht nog twee seconden, strijkt met de eene hand zijn zwaren knevel recht, tast met de andere snel langs de knoopen van zijn uniformjas en treedt dan binnen. De chef is juist bezig zich met een geweldigen zakdoek het voorhoofd af te vegen en brigadier Dumoulin constateert tot zijn voldoening, dat de afschuwelijke hitte van dezen Augustusdag ook den „oppersten dievenvanger” niet spaart. Dumoulin is namelijk een van die eigenaardige menschen, die alle narigheid met een soort heldenmoed kunnen verdragen, mits zij maar af en toe bemerken, dat het een ander ook niet altijd voor den wind gaat.

„Is hij er nog altijd niet ?” vraagt de chef bits.

"„Neen mijnheer. Ik heb overal heen getelefoneerd, maar bij is niet te bereiken.”

„Maar voor den duivel, waarvoor dient dan deze monsterirerzameling van speurders, als ik nog niet eens iemand van nijn eigen personeel binnen een half uur kan laten opscharrelen ?”

„Met uw verlof, mijnheer, ik ben geen....”

„Neen!” klinkt de scherpe stem van den chef „hou je aaond maar. Ik weet nu langzamerhand wel, dat jij geen ipeurder meer bent. En ik heb je al eens eerder gezegd, dat

[et Graf van den Amonprlester 1