is toegevoegd aan je favorieten.

Het graf van den Amonpriester

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Svendsen s tijdelijke kracht was toen volkomen gebroken. Hij liet zich gewillig meenemen naar een politiebureau, waar hij werd opgesloten tot het voorloopig onderzoek, dat den volgenden dag door een inspecteur werd ingesteld.

Hij trachtte de vragen zoo goed mogelijk te beantwoorden, maar vermeed elke toespeling op zijn misdadige relaties met Pezzana. Hij vertelde slechts, dat deze* hem door allerlei gemeene praktijken tot den bedelstaf had gebracht, hetgeen den inspecteur, gezien Svendsen's toestand niet eens zoo onwaarschijnlijk voorkwam.

Na een scherp onderzoek werd hij ten slotte maar vrijgelaten met een zeer ernstige waarschuwing. Daarbij bleek, dat Svendsen van geluk mocht spreken, dat er omstandighedenwaren, die in zijn voordeel pleitten. Pezzana was namelijk onmiddellijk na het gebeurde gevlucht, of was althans Zoo haastig verdwenen, dat dit als een vlucht kon worden beschouwd. En wie zich uit de voeten maakt, heeft bij de politie ongelijk. Vreemd genoeg scheen na dit incident de toestand voor Svendsen wat gunstiger te worden. Er gebeurde in vele weken niets bijzonders.

Hij legde dat voor zichzelf zóó uit, dat er een toevallige keer in de noodlotsdreiging was gekomen, ofschoon hij heimelijk geloofde, dat de macht van den dooden priester allengs begon te tanen.

Nochtans bleef hij angstig en gunde zichzelf nauwelijks eenige werkelijke rust. Na nog een paar verhuizingen was hij ten slotte terecht gekomen in een kazernewoning in de Rue des Innocents, waar hij het gouden reliquie onder een losse plank in den vloer verborg.

Overigens bezat hij niets. Slechts de fraaie koffer met de vele hoteletiketten was het eenige getuigenis van „betere dagen”, waaraan Svendsen den laatsten tijd ternauwernood meer dacht. Soms scheen het hem toe alsof al het leed, dat hij ondervond, niet anders was dan de gerechte straf voor djn zakelijke zonden. Hij had voor zichzelf met het verleden afgerekend en hij aanvaardde het bittere heden met zooveel gelatenheid als de vele bedreigingen en aanslagen toelieten.

Om aan den kost te komen koos hij het baantje van krantenverkooper. Hij deed dat niet omdat hij het zoo prettig of