is toegevoegd aan je favorieten.

Het graf van den Amonpriester

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Spreek duidelijk alsjeblieft/' zegt de chef grimmig. „Aan halve woorden heb ik niets/'

„Ik bedoel: zou het niet kunnen, dat Svendsen eigenlijk de handlanger van een ander is en dat de politie daarvan heeft geprofiteerd?"

Natuurlijk is het den chef nog steeds niet duidelijk, maar Aragon gaat uiterst voorzichtig te werk. Hij moet het effect van zijn woorden goed bestudeeren, alvorens hij verder durft gaan.

„Vooruit.... voor den dag er mee," klinkt het ongeduldig.

„Een oogenblik. Eerst nog een vraag. U kent Alfredo Pezzana ?"

De chef en zijn handlangers kijken elkaar weer aan. Een ondeelbaar oogenblik meent Aragon een lichten schrik in hun oogen te zien en dat is hem voldoende.

„U kent hem dus ?"

„Ja."

„Kent u ook zijn familierelaties ?"

Dit is de gewichtige vraag waar Aragon's leven van afhangt.

Gespannen wacht hij op het antwoord, dat nog uit blijft.

Weer kijken de mannen elkaar aan en Aragon meent nu een sterke aarzeling bij het drietal te bespeuren.

„U weet, dat hij ter dood veroordeeld is en dus, wat men noemt een schurk zou kunnen heeten."

„Ja, ter zake, ter zake, alsjeblieft!" snauwt dan de chef hem toe .... „Wat is er met die familierelatie ?"

Aragon weerhoudt een zucht van verlichting en doet zijn best nog even te aarzelen. Hij moet zijn troef wat angstig uitspelen, dan lijkt het alsof zijn winstpunt hem zelf verrast.

„Ik hoop, dat ik niets vertel, dat u allang wist en ik wil overigens ook geen kwaad spreken van menschen, die u ten /olie vertrouwt, maar .... Svendsen is toevallig de schoon/ader van Pezzana."

Het effect van deze mededeeling is verrassend. De drie jannen schrikken hevig en de chef verbleekt, voorzoover :ijn donkere huidskleur dat toelaaf.

„Zijn schoonvader?"

„Ja, ik dacht eigenlijk, dat hij u dat wel verteld zou heb-