is toegevoegd aan je favorieten.

Het graf van den Amonpriester

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezweet en verhit, de dorst begint hem te kwellen en hij vreest, dat hij straks onverrichter zake zal moeten terugkeeren.

Maar de gedachte aan een mogelijke mislukking doet hem weer opveeren. Hij moet en hij wil slagen.

Weer zoekt hij de omgeving af, want die rotsblokken, waarvan Svendsen gesproken heeft, moeten beslist hier ergens te vinden zijn.

Dan opeens ontdekt hij een spoor van vele voetstappen. Niet zonder verbazing constateert hij, dat hier een heele groep menschen heeft geloopen en hij vraagt zich af wat zulk een groot aantal toeristen in dit verlaten gedeelte van de doodenstad kan hebben gezocht. Of zouden het wellicht géén toeristen zijn geweest? Het spoor is niet versch. Het kan in den nacht zijn gemaakt en deze ontdekking verwart Giovanni nog meer.

Onwillekeurig volgt hij het smalle pad, dat door de groep menschen is gevormd en bemerkt, dat het tusschen de rotsen door naar het Zuidwesten voert.

Zou het naar het graf leiden? De mogelijkheid lijkt Giovanni uitgesloten, maar niettemin kan hij zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen.

Hij heeft dan ongeveer vijf minuten geloopen als hij plotseling voor zich het rotsblok ziet liggen, dat Svendsen hem heeft beschreven.

Het spoor voert recht op dat rotsblok aan!

Giovanni aarzelt en blijft staan. Hij begrijpt er niets van en gelooft, dat hij verstandig zal doen de grootste voorzichtigheid te betrachten.

Hij onderzoekt het spoor zeer nauwkeurig en ontdekt, dat de voetstappen beide kanten uit gericht zijn. Het is dus waarschijnlijk, dat de bezoekers van het graf weer langs denzelfden weg zijn teruggekeerd en het is dus mogelijk, dat hij daarbinnen niemand meer zal vinden.

Toch is het geraden op zijn hoede te zijn en met de grootste behoedzaamheid nadert Giovanni het rotsblok.

Inderdaad vindt hij de nauwe opening, waar Svendsen eens doorheen is gekropen.

Giovanni luistert scherp, steekt dan het hoofd in de opening en luistert opnieuw.