is toegevoegd aan je favorieten.

Het graf van den Amonpriester

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stratief zijn spieren spant, alsof hij zeggen wil: Pas op als je hem er niet dankbaar voor bent.

Pezzana kijkt verbaasd.

„Wie bent u?” vraagt hij.

,/t Is misschien maar beter voor je gemoedsrust, vriend, als ik je dat niet dadelijk vertel.”

„Zooals u wilt. Ik dacht namelijk, dat u wel die politieman kon zijn, die in Parijs Joesoef tegen den grond heeft geslagen.”

Nu is Dumoulin toch wel even verrast en lichtelijk gebelgd.

„Ik weet niet wie Joesoef is, maar degenen, die al eens met mijn vuisten kennis hebben gemaakt, zijn in den regel voorzichtig als zij mij ontmoeten.”

Het klinkt als een bedekte bedreiging en Pezzana vat het ook als zoodanig op.

„Dank u voor de waarschuwing. Ik zal het Joesoef zeggen, als ik hem zie, monsieur Dumoulin.”

De brigadier schokt even nijdig met de schouders. Zijn medelijden met den Italiaan is door diens onverschillige houding tamelijk wel bekoeld. Maar uit vriendschap tegenover Giovanni wil hij niet dadelijk ingrijpen. Het lijkt hem dan ook verstandig zich wat afzijdig te houden en eerst Giovanni maar eens met den kerel te laten praten. Hijzelf zou binnen enkele minuten op het kookpunt zijn, want van misdadigers kan hij geen brutalen mond verdragen.

Hij besluit dan ook nog een kleine verkenning naar het graf te maken. Misschien valt er nog iets uit de sporen te lezen, die hij ontdekt heeft.

„Ik kom straks terug om te zien of de patiënt dan al loopen kan,” zegt hij tot Giovanni en wandelt terug in de richting van het graf.

Giovanni knikt en laat den politieman gaan zonder verder een woord te zeggen.

Dan kijkt hij naar Pezzana, die zijn oogen weer gesloten heeft en merkt op, dat er nu een andere uitdrukking op diens gelaat ligt dan zooeven. Er is een pijnlijke trek om zijn mond en de verbeten, vinnige glimlach is nu geheel verdwenen.

Giovanni zit op een stuk rots en peinst er over wat hij zal Zeggen. Het moet iets vriendelijks zijn, maar hij kan geen