is toegevoegd aan je favorieten.

Het graf van den Amonpriester

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pezzana niet te arresteeren zal ik u helpen. Anders laat ik u hier liggen."

Een woedend gebrom komt uit de grafopening.

„Ja, het spijt me, dat ik van dit middel gebruik moet maken, maar ik ben niet van plan, iemand, dien ik van den dood heb gered, zoo maar weer los te laten."

„Je bent gek," roept Dumoulin uit, „Die kerel is de grootste schurk van Amerika."

„Geweest," antwoordt Giovanni kalm, „geweest, mijnheer Dumoulin. Hij heeft hier in het graf zooveel ellende doorstaan, dat hij tot inkeer is gekomen."

„Als je mij niet onmiddellijk helpt, zal ik jou ook arresteeren. Dit is chantage en mishandeling van een ambtenaar in functie."

Giovanni leunt, uiterlijk rustig, tegen het rotsblok en Zwijgt een poosje. Hij hoopt, dat het hem gelukken zal den brigadier tot rede te brengen, maar begrijpt tevens, dat het niet al te lang moet duren, want zijn goede hart begint al te spreken. Hij kan den armen kolossus daar toch geen uren meer laten liggen.

Dumoulin windt zich intusschen hoe langer hoe meer op, trappelt af en toe verwoed met zijn beenen en brult dan, dat hij Giovanni zal laten opknoopen als hij hem niet onmiddellijk helpt.

Maar de jongen houdt zich nog goed.

„Eerst beloven, dat Pezzana gespaard zal blijven. Daarna Zal ik helpen."

Nauwelijks echter heeft hij deze woorden gesproken, of achter hem klinkt een heldere, spottende stem.

„Zoo, jongmensch, ben jij aan het voorwaarden stellen?"

Giovanni wendt zich hevig ontsteld om en staat tegenover den journalist, van wien Dumoulin heeft verteld, dat hij een rechercheur is.

„Nu ben ik er bij," is zijn eerste gedachte en hij bereidt er zich al op voor, dat hij met Pezzana samen in ketenen geklonken, naar Luxor zal worden teruggebracht.

Maar gelukkig valt het nogal mee. Rechercheur Aragon glimlacht zelfs en kijkt even naar de beenen, die daar uit de grafopening naar buiten steken.