is toegevoegd aan je favorieten.

Een kerstvacantie in de sneeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJ TANTE JUDITH

„Thijsje mag ze wel aaien over ’t zachte velletje, maar ze moeten in hun hok blijven.”

„Waar is kwijntje zijn hok?”

„Daar!” wees tante.

’t Huisje, waar Piet, de koetsier en zijn vrouw Jet woonden, lag even opzij van het grote huis. Laag was ’t, één verdieping maar. Het bruine strodak stak aan alle kanten buiten de met klimop begroeide muren uit, aan weerszijden van de ramen waren groen met wit geverfde luiken wijd opengeslagen, van de ouderwetse, in tweeën gedeelde deur stond het bovendeel iets open.

Jet had het troepje al zien aankomen. Vlug kwam ze aangedribbeld, een gezellig, rond, blozend vrouwtje, met donkere ogen.

„We komen de konijnen kijken, Jet.”

„Best, kom maar mee, kinders.”

Ze deed de onderdeur ook open, en ging voor, de grappig kleine kamer door en daarna de nog kleinere keuken, waar alles blonk en glom. Jets keuken was haar trots, na de konijnen.

Nog één deur door, toen stonden ze in een vrij hoge, lichte ruimte, waar langs de kanten wel een vijftig hokken stonden. Aan alle kanten keken nieuwsgierige konijnensnoetjes naar de kinderen, die een ogenblik verbaasd stilstonden.

„O, wat ’n schatten!”

Ina lag al voor een hok op haar knieën en stak haar vingers door de tralies om een konijn over z’n zachte velletje te aaien. .

„Tante, wat een mooie diertjes, en wat ’n lange, zachte haren hebben ze!”

Thijsje stond aandachtig voor één van de hokken te kijken, z’n handjes op de rug, z’n stevige