is toegevoegd aan je favorieten.

Jet en Wiep naar Schiphol

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VERKEERDE WERELD

zouden dan geen last hebben van het verkeer. En deze Woensdagmiddag moesten ze voor het eerst oefenen. Natuurlijk zouden de jongens daar al mee bezig zijn.

Wiep was klaar met z’n sommen en schoof Jet het kladje toe. Het zusje greep haar schrift en begon vlug de oplossingen over te pennen.

Ineens klonk de bel. Wiep haastte zich naar de voordeur. Jet liep haar broer achterna en tuurde door een kier van de kamerdeur, wie er was. ’t Zou wel niet veel bijzonders wezen, een koopman of zo. Jet zag, dat Wiep een brief aannam.

„O, van de apotheek,” zei ze opeens in zichzelf. Moeder was, voor ze trouwde, apothekersassistente geweest in een grote volksapotheek in de stad. En nadat ze getrouwd was, had ze de vriendschap met meneer Bos, zoals de apotheker heette, altijd aangehouden.

Toen haar man zonder betrekking was geraakt en ’t niet mogelijk bleek om iets anders te vinden, had ze zich tot haar vroegeren patroon om hulp gewend en gezegd, dat ze graag haar oude werkkring weer zou opnemen om zodoende haar gezin te helpen. Meneer Bos’ uiteenzetting was niet erg bemoedigend geweest: ook onder de apothekersbedienden was een groot overcompleet. Maar niettemin had meneer toch moeite gedaan, om haar zo nu en dan een tijdelijke betrekking te laten waarnemen, ééns toen -én van zijn eigen bedienden plotseling ziek was geworden, een andere maal bij een collega /an hem toen een assistent voor drie weken onder de wapenen moest. Maar nadat vader weg was, was ’t nog niet weer voorgekomen.