is toegevoegd aan je favorieten.

Jet en Wiep naar Schiphol

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JET EN WIEP NAAR SCHIPHOL

Wiep liep met de bnet naar de KeuKen. n«n even later kwam moeder binnen met een kleur van opwinding.

„Gauw, pen en papier,” zei ze.

Wiep droeg ’t aan en moeder schreef een antwoord, dat ze zelf aan den loopjongen bracht.

„En?” vroegen Jet en Wiep tegelijk, toen moeder weer in de kamer terugkwam.

„A.s. Maandag moet ik naar de apotheek. Fijn, dat brengt geld in ’t laatje.”

„En wij dan?” vroeg Jet.

Ja, daar had de moeder nog zo gauw niet over gedacht. De vorige keer was vader er nog, die voor veel dingen had kunnen zorgen.

„Wel... ’t is niet voor lang... jullie moet je maar een beetje behelpen... dat doet vader ginds ook...”

„Leuk... dan doen we allemaal wat,” vond Wiep.

„Ik snijd ’s morgens jullie brood voor twaalf uur en voor zes uur en als ik in m’n vrije uren thuis kom, maak ik voor ons allemaal wat warms klaar.”

In-vergenoegd liep moeder weer naar haar bezigheid in de keuken terug. Jet, die klaar was met overschrijven, pakte vlug haar boeken en schriften in haar tas.

„Ben je nu al klaar?” zei Wiep.

„Ja, natuurlijk.”

„Jij kunt ’t vlug.”

„Daar sta ik voor bekend.”

„Vlug en goed is twee.”

„Ja, meneer wijsneus. Je lijkt ons Kipje wel.” In een boog wierp Jet haar tas op de divan en weldra was ze naar buiten verdwenen.