is toegevoegd aan je favorieten.

Jet en Wiep naar Schiphol

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NAAR SCHIPHOL

sleepte het één van de hangars in. Verderop stond, zoals een beambte vertelde, een sportvliegtuig gereed, ’t Duurde niet lang, of ’t steeg op en verdween in de lucht.

„Een Duits vliegtuig!” riep Ruud opeens, toen ze een zwaar geronk boven zich hoorden, „ik zie ’t aan het hakenkruis onderop de vleugels.”

Het cirkelde boven het vliegterrein en maakte een mooie landing.

De jongelui raakten niet uitgekeken. Daar naderden een paar lui in de uniform van de K.L.M., een reiskoffertje bij zich.

„Die horen stellig tot de bemanning van dat toestel daar,” riep Wiep opgewonden. Meneer dacht dat ook.

Gezeten op één van de banken vlak bij de omrastering van het terrein, aten ze een deel van de meegebrachte mondvoorraad op. Want er was trek in ’t land gekomen.

En eindelijk liep het dan toch tegen de tijd, dat de rondgang zou beginnen. De verschillende bezoekers en bezoeksters van de luchthaven verzamelden zich bij elkaar en weldra verscheen een beambte, die het gezelschap rond zou leiden.

Wat kregen de jongelui veel te horen en nog meer te zien. En wat was er ’n massa te vragen. Vooral Wiep en Ruud hadden telkens wat.

Alle hangars trokken ze door en waar er een machine stond uit te rusten, mochten ze die bezichtigen.

De leider vertelde over ’t landen en ’t opstijgen, wees de witte landingslijnen en verklaarde de verlichting.

„Laten we blijven tot het donker wordt,” fluisterde Jet meneer Lens toe.