is toegevoegd aan je favorieten.

Jet en Wiep naar Schiphol

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JET EN WIEP NAAR SCHIPHOL

op zij langs het vliegveld liep. Wat was dat een ongewoon gezicht. Maar hun bewondering veranderde in schrik, toen er grote hagelstenen begonnen te vallen. Wat deed dat geweldig zeer op je hoofd en je handen. Allen zochten een schuilplaats in het gebouw.

De hagel bedaarde en ging over in regen. Er flitsten een paar felle lichtstralen door de lucht, onmiddellijk gevolgd door ratelende donderslagen. De bui was vlak bij.

Maar even snel als ’t opgekomen was, trok het onweer ook weer af. Het was intussen vijf uur geworden.

„Kom, jongelui, laten we nu Schiphol maar goedendag zeggen en naar de boot gaan,” zei meneer.

„De boot?” was de verwonderde vraag.

„Ja. We gaan met de boot terug naar Amsterdam, overnachten in de gemeentelijke Jeugdherberg, bekijken morgen onze hoofdstad eens en gaan dan met een Diesel naar huis terug.”

Aan het gejuich kwam geen eind en allen hieven een „Lang zal hij leven” aan.

„U verwent ons, meneer,” zei Wout.

„Ik tracteer jullie, want, zie je, ik ben vandaag jarig.”

Nu werd meneer van alle kanten gefeliciteerd. Hij bedankte de jongens en meisjes. En toen ze na een gezellige boottocht ’s avonds in ’t Jeugdhotel bij elkaar zaten, zei de jarige:

„Kinderen, ik heb nog nooit zó gezellig mijn jaardag gevierd.”