is toegevoegd aan je favorieten.

Jet en Wiep naar Schiphol

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIEUWE VRIENDEN

De trein snelde voort. Jet ging bij ’t raampje staan om naar buiten te kijken, Wiep las in een boek.

„Ga op je plaats zitten, liefje,” waarschuwde de juffrouw bezorgd, „als je per ongeluk tegen de kruk van de deur drukt, kan je uit de trein vallen. Je leest ’t elk ogenblik in de krant.”

„Ik ben geen baby,” zei Jet lachend, maar ging toch zitten.

Toen ze het station te Arnhem binnen reden, zag Wiep tante Ger al dadelijk staan. Jet was druk bezig om Lorre weer in te pakken. Door de haast kon ze de drukkers niet zo gauw vinden. Daardoor kwam het, dat Wiep het eerst uit de trein stapte en wuifde tegen tante Ger, die zo vlug ze kon, kwam aanlopen.

„Zo, vent. Alles goed gegaan? En waar is Jet?”

„O, die komt.”

„Pak eens aan, Wiep,” riep Jet aan de ingang van de coupé en stak haar broer de kooi toe.

Wiep zette z’n mandje neer en schoot te hulp. Jet klom uit de trein, nam toen haar vrachtje weer over en begroette tante Ger.

Tante gaf Jet een kus, keek argwanend naar het vreemdsoortige pak aan Jet’s hand en vroeg, wijzend op ’t ding:

„Wat heb je daar, kind?”

„O, daar zit Lorre in, m’n eigen papegaai.” Met haar vrije hand wipte Jet de bedekking op om haar bezitting te laten zien en zei:

„Mooi beest, hè, Tante.”

„Dat wel. Maar... maar... je had ’m beter met mee kunnen brengen.”

„Lorre kon toch niet opgeborgen worden met

f •