is toegevoegd aan je favorieten.

Jet en Wiep naar Schiphol

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RAADSELS

„Ongelukken gebeuren er overal, met auto’s, fietsen, zelfs als je gewoon loopt, op straat, maar ook in huis. Ik neem m’n mascotte mee, die moet me beschermen.” En Guus haalde een allersnoeperigst wit zijden beertje uit z’n zak.

„Dat heeft Truus me gegeven,” voegde hij er bij.

Tante Jannie vond dat bijgeloof, maar Jet riep: „Wat ’n leuk idee.”

Wiep had honderd uit te vragen over Guus’ werk. En de grote neef had heel wat te vertellen en vond een gretig gehoor.

„En,” besloot hij, „hebben jullie gelezen, dat ze van hier naar Zuid-Afrika zijn gevlogen?”

„Neen.”

„’t Is zo. En wie weet, of jullie na verloop van tijd ook niet met een vliegmachine naar je vader teruggaan.”

„Wat zou dat heerlijk wezen! Dan waren we zo bij Paps. Ik zal het aan moeder schrijven,” zei Wiep.

„Ik weet iets leuks,” bedacht Jet: „Guus moet op die Zuid-Afrikaanse lijn zien te komen. Dan kan hij telkens onze groeten aan vader overbrengen ..

„... die geen uren, maar misschien dagreizen srer van de vlieghaven zit. Dom gansje.” En Guus gaf Jet een duwtje in haar zij.

s Middags moest de grote neef weer weg. En Jet kwam bij de jongens terug met opgetogen verhalen over alles, wat ze van Guus geboord had.

„En misschien gaan we wel met een vliegnachine naar Zuid-Afrika,” besloot ze.

„Wanneer?”

Jet en Wiep naar Schiphol

10