is toegevoegd aan je favorieten.

Barta en de blokhut

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BARTA EN DE BLOKHUT

Loosdrecht buiten waren. De visser, bij wien ze woonden, maakte zijn netten zelf en had de kinderen in de kunst onderwezen. Nu maakte Barta een net voor den kersenboom, die naast het huis stond. De vorige bewoners hadden gezegd, dat ze er nooit zelf één kers van aten; de lijsters aten ze voor hen op. En dat wilden ze op deze manier voorkomen.

Dick nam een boek van de plank tegen den muur. Het was een jaargang van „Voor het Jonge Volkje”. Het boek was nog uit vaders jeugd, en er stonden spannende vervolgverhalen in. Maar al gauw werd ’t schemerig en Dick kon niet meer zien bij het weinige licht, dat door het kleine raampje naar binnen viel. De jongelui besloten om maar naar huis te gaan. Alles werd gelaten, zoals het was, opruimen, daar hielden ze zich niet mee bezig. Tom, die wachtte tot de anderen buiten waren, stak het hangslot door de beide ogen en draaide den sleutel om, dien hij in zijn zak stak. Onder het blazen van een opgewekten mars wandelde het drietal in de vallende duisternis huiswaarts.

Het blaffen van een hond herinnerde hen aan de woonwagen-scène van dezen middag. Toen ze Dennelust naderden, zagen ze, dat er licht in de keuken brandde. Ali was dus weer thuis.

Barta holde vooruit en zei:

„Zeg, Ali, verbeeld je eens: zigeuners uit een woonwagen hebben vanmiddag ons brood uit de blokhut gestolen.”

„Nou, dan zijn ze hiér ook geweest,” hernam Ali verontwaardigd, „hier hebben ze brood uit