is toegevoegd aan je favorieten.

Barta en de blokhut

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PAASVACANTIE

paard over onze prairiën,” vertelde Barta, „we waren juist bezig met den lasso en met de cowboy-zweep.”

Tom vertelde toen, hoe bang hij was, dat het paard van zijn zweepslagen geschrokken was.

„Neen,” stelde de patiënt hem gerust, „er vlogen twee vechtende eksters vlak voor ’t paard heen en daar schrok ’t van.”

Natuurlijk vertelden de jongens van hun blokhut in ’t bos.

„Zijn jullie padvinders?” vroeg de man in ’t bed.

„Neen, meneer.”

„Ik wèl,” hernam de patiënt.

„U?” vroegen drie stemmen verbaasd.

„Zeker. Ik ben hopman.”

„O, dus u staat aan ’t hoofd van een hele troep padvinders.”

„Juist. Als ik beter ben, mag ik dan eens in jullie blokhut komen kijken?”

„Graag, meneer.”

Meer tijd om mededelingen te doen was er niet, want Dr. Brent kwam z’n reisgezellen terug halen, ’t Bezoek was ook lang genoeg geweest voor den patiënt.

„Tot kijk,” riep de man in ’t bed nog, toen de jongens de ziekenkamer verlieten.

Paasmorgen bracht een stralenden voorjaarsdag. De ochtendzon scheen over de ontbijttafel, waar midden in een grote schaal eieren prijkte.

„Vrolijk Paasfeest!” klonk aan alle kanten. In ’t dorp beierden de klokken, buiten sjilpten vogels, er heerste een plechtige stemming.