is toegevoegd aan je favorieten.

Avontuur bij honk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen zij de portiersloge binnenkwamen, stond er al iemand bij Pendel.

„Dat is zijn oude kwaal,” zei de man. „Ik belde” — hij wees naar het huistelefoontoestel in de hoek — „en kreeg geen gehoor. Ik dacht al, dat er wat aan de hand zou zijn en ben daarom maar eens gaan kijken. We zullen een taxi bestellen en hem naar huis laten brengen.”

„Heeft hij dat wel eens meer?” vroeg de agent.

„Af en toe,” zei de ander.

„Kan het kwaad?” vroeg de agent weer. „Zou het niet verstandig zijn, een dokter op te bellen?”

„Dat hoeft heus niet,” antwoordde de ander. „Ik zal hem naar huis laten brengen en zijn huisdokter berichten. Die weet, hoe hij hem moet behandelen. Het is al meer gebeurd.”

De man belde een garage op en toen dokter Lier. Daarna verbond hij zich via de huistelefoon met meneer Meursing en stelde hem van het gebeurde in kennis.

„Ik zal hem wel even naar huis brengen,” zei hij door de telefoon.

De agent verliet de loge en begaf zich naar zijn post.

„’t Zou beroerd zijn, als ze nu net bij hem huiszoeking aan het doen waren,” zei de man, wiens naam Jaap nog niet wist. „Ze doen het namelijk bij ons allemaal,