is toegevoegd aan je favorieten.

Avontuur bij honk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordde Jaap. „We zullen zien.”

Ze liepen langzaam langs de kade en waren nu zowat aan de plek gekomen, waar de dief de zak in het water had gegooid.

„Een veelzijdige kerel,” zei Jaap. „Speelt zo maar achter elkaar voor inbreker, voor spook en voor wandelaar!”

„Je vergeet, dat-ie ook kan worstelen,” antwoordde Wimpie.

„Daar denk ik maar liever niet meer aan,” meende Jaap. „Heb je nog pijn?”

„Welnee,” antwoordde kleine broer, „hoe kom je daar bij? Zo’n fijne knokpartij, daar voel je toch geen pijn bij!”

„Het had anders niet veel gescheeld, oi we hadden het er allebei bij afgelegd, jö.”

Maar nu het zaakje achter de rug was, voelde kleine Wim zich zeer ontrefbaar.

„Dat denk je maar, Jaap,” zei hij. „Weet je, het hele ongeluk was, dat dat beentje lichten in die kamer mislukte. Dat ging in het gebouw van de krant beter !”

„Zo’n keurige streek haal je trouwens geen twee keer achter elkaar uit, jongen,” meende Jaap wijsgerig.

„Wat zullen we nu doen?” vroeg Wimpie, die klaarblijkelijk vond, dat ze nog niet genoeg gedaan hadden.

Het was een vreemde toestand voor de twee jongens. Midden in de nacht slenterden ze door de stille stad. En ze wandel-