is toegevoegd aan je favorieten.

Avontuur bij honk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gang. Boffie deed zelf open. Hij had blijkbaar niet de moeite genomen zich aan te kleden, maar had enkel een kamerjas over zijn nachtgoed aangetrokken.

„Kom binnen, jongelui, kom binnen...”

Hij leidde de jongens naar de kleine salon en liet hen plaats nemen.

„Knal!” zei Wimpie, toen hij tussen de blauwe kussens viel.

„Het is een rare tijd om iemand uit zijn bed te halen, jongeheer,” zei de leraar met een gemoedelijke glimlach. „Maar ik twijfel er niet aan, of daar is reden toe. Je zegt, dat je weet waar mijn stenen zich bevinden?”

„Ja,” zei Jaap, „ze bevinden zich samen met de juwelen van Bergman in een zak en die ligt op het ogenblik op de bodem van een gracht hier in de stad. Ik kan de plaats precies aanwijzen.”

„Vergeef me, dat ik het niet helemaal kan volgen,” merkte Boffie op. „Het is misschien nog de slaap...”

En toen begon Jaap zijn omstandig verhaal over alles wat er was gebeurd. Boffie viel hem niet in de rede. Hij luisterde toe tot het uiterste gespannen. En Jaaps relaas werd alleen maar een enkele maal gestoord door een gedempt „knal” van zijn broertje.

Boffie keek bewonderend naar de beide jongens, toen Jaap geëindigd had. Hij stond op en stak hun beiden de hand toe.