is toegevoegd aan je favorieten.

De familie Caspers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met dwarsregels, daar kommen later de raampjes tussen en dan legge me naderhand boven op die stijlen weer regelwerk, waar me het houten dek op spijkeren; asse-me dat vandaag voor mekaar krijge, dan hebbe me een welbestede dag achter de rug.”

„En waar beginnen we dan morgen mee, Gerrit?” vroeg Rolf.

„Nou jongeheer,” en Gerrit schoof zijn pet achterover, krabde zich eens op het hoofd en zei, terwijl hij naar de lucht keek, „’k geloof dat me slecht weer krijge, en dan zal er morgen niet veel van werken komme.”

Het liep inmiddels naar twaalven en de baas maakte zich gereed om naar huis te gaan: „Nou salle-me es zien of Moeder-de-vrouw ’n happie ete voor me bewaard het,” zei hij. „Strakkies na de schaft gane me weer an de arrebeid. Dag jongejuffrouwen, dag jongens, om 2 uur is Gerrit weer present.”

„Dag Gerrit, dag Baas, eet lekker.”

„Van ’t zelfde,” antwoordde de timmerman.

De morgen was omgevlogen en ook de middag ging vlug voorbij, de kinderen hielpen, voorgelicht door Gerrit, flink mee en het was 5 uur, voor ze het wisten. Allen waren toen moe van het ongewone werk en de dis werd alle eer bewezen, zelfs Phien had goede eetlust, zodat Papa haar de raad gaf om maar van school af te gaan en timmerman te worden.

Het was, zoals Gerrit voorspeld had.

Die avond en nacht onweerde het van belang en daardoor was de volgende dag het weer geheel van streek, het stortregende en de lucht beloofde niet veel goeds. Gerrit kwam wel, maar ging gauw weer