is toegevoegd aan je favorieten.

De familie Caspers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heb ook lelijk op m’n kop gehad; dat wil ik eerlijk bekennen, en,” liet hij er op volgen, „die straatstenen vallen niks mee, ze zijn nog harder dan de boter ’s morgens.” Phien had zich gedurende het gesprek in ’n hoekje van de kamer op een stoel gezet, met haar kleine beschermeling op de schoot, en streelde het diertje onophoudelijk, totdat het eindelijk zachtjes begon te spinnen. „Och toe jongens,” roep ïnga eens, „zij zal ’t zo leuk vinden.”

Dick liep naar de deur en riep de gang in: „Inga, kom eens gauw, we hebben een jong poesje.” In minder dan geen tijd was het kleine meisje in de kamer en stoof met schitterende ogen op haar zusje af: „Ach, klein schatje, ben je daar, dag lekkere dot. 0 Phien, mag ik net eens op mijn schoot hebben?” smeekte ze. „Lieveling, je moet je trouwe vriend niet jaloers maken, zie hoe Jack je aankijkt.”

„Och Coogannetje, kom jij maar bij de vrouw hoor, jij bent ook zoet, ook n schat. Pappie laat hem eens los, hij doet dat kleine Poeletje niets, kom maar Jack.” „Nee kinders, laat die kleine poes eerst maar een poosje rusten, dat is eerstens goed voor het diertje en dan gaan we gauw aan tafel, want als we zo laat eten, heeft niemand trek in oliebollen, en ze zijn vandaag zo lekker uitgevallen.”

Geen trek in oliebollen?” deed Dick ongelovig, „ik geloof, dat ik er wel tien op kan, desnoods vlak na het eten.”

„Ik wel vijftien,” dacht Rolf, „met gemak.”

„Tja, er is altijd baas boven haas,” sprak Mevrouw.

„Ik honderd,” meende Inga met overtuiging.

„Maar kindje, heb je zo’n grote maag?” zei Vader, „als je Papa dan maar niet opeet!”