is toegevoegd aan je favorieten.

De familie Caspers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat kon een spelletje worden vond Inga en ze begon vervaarlijk te grommen en kwam met een wijd geopend mondje op Vader toelopen.

Deze deed heel angstig en probeerde haar af te weren, maar toen dit niet gelukte, ving hij haar in zijn armen en duwde haar een klontje suiker, dat hij uit de sociëteit had meegebracht, tussen de lippen, waardoor het spel meteen geëindigd was. Nonnie zal ook wel vroeg komen, denk ik,” zei Moeder. „Ja Moeder, om zeven uur al. Hè, ik vind het toch zo dolletjes, dat Non vannacht bij me mag slapen en Non vindt het ook fijn.”

„Ja?” vroeg Mevrouw Caspers, „dan ben ik blij, dat jullie blij zijn.” De kleine vondeling werd bij Suze in de keuken gebracht en kreeg brood geweekt in warme melk. Dat smaakte de kleine slokop, in minimum van tijd was het schoteltje leeg en bedelde ze om meer.

„Nee Poeke,” zei Suze, „niet zoveel tegelijk, straks krijg je meer.”

Na de maaltijd kwam al heel spoedig Phien’s boezemvriendin en werd overrompeld met het verhaal van het nieuwe huisgenootje.

„Niet aan Inga zeggen, Non, ze wouen dat arme diertje verdrinken.”

„Kassian! Waar is ’t, laat eens gauw kijken.”

Inga kwam er al mee aandragen. „Ach, wat een schat,” vond Nonnie. „Dag Poeleke, dag klein Poesje. Wat ’n mooi diertje, Mevrouw, zo helemaal zwart, zij heeft geen enkel plekje wit, zien jullie wel?”

„Nu moeten wij eens kijken, hoe het tussen die twee viervoeters gaat. Laat Jack es binnen, hij is in de tuin,” zei de Heer Caspers.

Jack kwam met grote sprongen de kamer in en