is toegevoegd aan je favorieten.

In en om "De Klaproos"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III

WAARIN WE KENNIS MAKEN MET OETJE’S GEHEIM. — BIBBERSNOETJE DOET Z’N INTREDE OP „DE KLAPROOS.”

Toen Oetje die middag om vier uur uit school kwam, had ze bijna geen geduld om langzaam te lopen, zodat Bietje verwijtend zei: „Zie je wel... nou hol je zelf en vanochtend..

Oetje hield haar passen in. Het was waar! Van* ochtend had ze gezegd... o, nee, gedacht, dat ze nooit meer iets zou doen, dat niet goed was... voor moeder niet en voor juffrouw Wensing niet! En nu liep ze warempel zelf alweer hard, terwijl ze Puck meetrok.

Maar ze had ook zo’n haast. Ze had ook zo’n verschrikkelijke haast om te zien of... of...

„Willen we straks samen touwtje springen, zeg Oet?” klonk Bietje’s stem naast haar.

Oetje schrok op. „Wat? eh... nee!” sprak ze dan beslist.

Bietje keek haar wat verwonderd van opzij aan. „Hè, waarom niet?” wilde ze weten, „dan help ik je met je Franse thema’s!” beloofde ze, wetende dat dit Oets zwakke zijde was.

Maar ditmaal trof ze geen doel, want zeer beslist schudde Oet haar kopje ontkennend heen en weer.

„Nee... vanmiddag niet! Morgen... misschien!” beloofde ze vaag.

„Zèg,” ontdekte Bietje verbaasd, „wat heb je? Wat doe je mal?”

„Jij doet mal!” stoof Oetje op, „en hou nou maar