is toegevoegd aan je favorieten.

In en om "De Klaproos"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN EN OM „DE KLAPROOS”

verder je mond!” verzocht ze, uit angst dat Bietje anders wellicht nog verder zou vragen. En — stel je voor — ze mocht zich eens verraden...

„Hè,” klonk toen Pucks stem benepen, „maken jullie nou geen ruzie, alsjeblieft!” En ze trok een onderlipje.

Bietje knielde al naast haar neer.

„Nee, hoor Ukkepuk! Oet en ik maken nooit ruzie!” troostte ze wel wat voorbarig, want geen tel daarna commandeerde Oet opeens:

„Ja, zeg... ga nou mee, want ik heb geen zin om de hele middag aan de kant van de weg te zitten!”

„Zie je nou wel” beefde Puck, „nou hebben jullie toch ruzie, en Oet is boos!”

Oet aaide met een vluchtige beweging over Pucks angstige gezichtje.

„Och, welnee, hoor!” sprak ze, „ik ben niet boos. Maar kom nou!” liet ze er wat ongeduldig op volgen.

Nauwelijks thuis gekomen, stormde Oetje naar boven en geen vijf minuten later verliet ze door de achterdeur ongezien het huis, onder haar arm het grote pak in krantenpapier, dat ze die ochtend onder haar bed had gestopt.

„Gelukkig!” bedacht ze opeens, „dat Lies ’s mor» gens hun kamertje al had gedaan, want stel je voor, dat ze het had gevonden..

Haastig stak ze dwars de hei over, tot ze eindelijk bij een bosje struikgewas belandde, waar ze voor* zichtig omheen liep. Dan... tilde ze de struiken heel behoedzaam wat op en... twee angstige, glin* sterende oogjes keken haar aan.

„Och,” sprak Oetje, en ze liet zich met een plofje op haar knieën vallen, „ben je zo bang, konijntje? Je hoeft toch niet bang te zijn voor Oetje? Kijk eens... ik heb wat voor je meegebracht... lust je