is toegevoegd aan je favorieten.

In en om "De Klaproos"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OET LIJDT AAN TEKENWOEDE

Liesje had nooit tijd, maar moeder... moeder moest het ’t hardst ontgelden.

Totdat ze toch eindelijk ook tekenen van onge* duld begon, te geven, en nu, deze Zaterdagmiddag, er eerlijk gezegd wel een beetje genoeg van begon te krijgen.

Oetje keek de kamer eens rond, in afwachting van moeders terugkomst, toen de deur werd geopend en vader binnenkwam met Puck op z’n arm, die kraaide van plezier, omdat ze z’n haar in de war mocht maken, wat altijd een waar feest was.

„Zo, Oetekind!” begroette vader haar, „weer hard aan de slag? En wie is deze keer de gelukkige? Maar,” vervolgde hij, „dat hoef ik ook feitelijk niet te vragen, hè? Laat eens kijken kind!” en hij stak z’n hand uit om de tekening van Oet aan te nemen.

„Als u me er niet mee plaagt!” weifelde deze.

„Oetje!” Vader trok haar lachend aan een oor, „dan ken je me slecht! Plagen met die... tékening zal ik je vast en zeker niet, maar mij krijg je niet meer in die stoel!” dreigde hij lachend, en wees op de grote leunstoel, die in „De Klaproos” de laatste tijd al „Oets tekenstoel” werd genoemd.

Hij bekeek lang en ernstig de tekening, die hij in z’n hand hield.

„Oet, kind!” sprak hij tenslotte, terwijl hij nu voorzichtig Puck op de grond zette, „luister nu eens goed naar vader. Je moest nu voorlopig werkelijk eens ophouden met het tekenen van mensen! Nee,” vervolgde hij haastig met een glimlach, naar Oets gezichtje ziende, „dat zeg ik nu niet omdat wij steeds de slachtoffers zijn, die er voor moeten stil; zitten, maar het is beter, heus! Kijk eens... je houdingen hier in die tekening zijn werkelijk alle» maal uitstekend, maar het gezicht heeft niet de min*

„De Klaproos” g