is toegevoegd aan je favorieten.

De vallei van de mist

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik weet, dat ons zou dreigen. Maak je daar dus maar niet over bezorgd, Marie. Ik voorspel je, dat Henk terugkomt als een kerngezonde, jonge kerel, die wat van de wereld gezien heeft. De kennis en ervaring, die hij ginds zal opdoen, zullen hem later in z’n leven te pas komen. Als hij terugkomt, zal hij in de wereld iets willen worden. Nu studeert hij uit plichtsgevoel, dan zal hij ’t doen met de vaste wil om ’n doel te bereiken, ’n Jongen, die ’n zeker doel voor ogen heeft, werkt als ’n postpaard. Jij en ik willen toch zien, dat Henk ’n gezond, gelukkig mensenkind wordt? Denk er gerust nog maar eens over na, ik weet zeker, dat je me gelijk zal geven.”

Mevrouw Sonneveldt zucht even diep.

„Als ik er aan denk, dat ik ’s avonds z’n bed leeg zal vinden, schieten me de tranen in de ogen,” roept ze met ’n benauwde stem uit.

„Maar kind, je zal z’n bed niet eens zien! We sluiten ’t huis en je gaat naar Vader in Amsterdam. Die zal ’t heerlijk vinden en voor jou is ’t ook gezelliger. Vertrouw Henk maar gerust aan me toe. We blijven niet langer dan drie, vier maanden weg en zijn terug vóór je ’t weet.”

„Mannen praten toch gemakkelijk, ’n moeder denkt er anders over,” klinkt ’t zacht.

„Ik weet ’t wel, dat ’t ’n heel ding is voor je, Marie, maar ’t is in ’t welbegrepen eigenbelang van Henk, dat ik hem meeneem. Ik ben bang, dat de lange winter hem geen goed zal doen. Zet nu alle muizenissen maar uit je hoofd en laat Henk maar met me meegaan.”

„Maar hij moet het zelf toch ook willen, Karei,” voert Mevrouw Sonneveldt aan. Als ’n drenkeling klampt ze zich aan de laatste strohalm vast.

„Als hij ’t hoort, springt hij tien voet hoog in de lucht. Welke Hollandse jongen zou niet ’n reisje naar Egypte willen maken!”

„Laten we er nu maar over zwijgen. Ik zal me aan de gedachte moeten wennen, dat Henk er de gehele winter niet zal wezen. Praat er vanavond eens met Henk over.”

„Dat zullen we doen. En loop er nu niet over te tobben,