is toegevoegd aan je favorieten.

De vallei van de mist

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terwijl hij ’t bekende schrijven uit z’n portefeuille haalt en ’t den Directeur overhandigt.

Op ’t horen van de naam B. O. G. kijkt Professor Kahal z’n bezoeker één ogenblik scherp, ja, onvriendelijk aan. Oom Karei ziet die blik en ’t komt hem voor of er plotseling iets straks en stuurs over ’t gelaat van den ouden professor trekt.

„Waarschijnlijk geen vriend van de Engelsen, evenals ’t merendeel van de Egyptenaren,” denkt Henks Oom.

Professor Kahal leest de brief en geeft hem koeltjes terug.

„Ongetwijfeld ’n vererende uitnodiging,” klinkt ’t stroef en stug. Alle vriendelijkheid is uit gelaat en stem verdwenen.

Ook Henk valt die verandering op en verwonderd kijkt hij z’n oom aan. Maar Dr. Graafland houdt zich of hij niets bemerkt heeft en zegt beleefd:

„Kunt u mij aan ’n kaart van de Oase helpen?”

„Op mijn aanbeveling kunt u er ’n copie van nemen. De kaart berust bij den Minister. Ik zal u zo’n aanbeveling schrijven.”

Hij schuift ’n blad schrijfpapier naar zich toe en krast daar iets op. Nadat hij ’t geschrevene overgereikt heeft, staart hij ’n ogenblik nadenkend voor zich uit en kijkt dan Dr. Graafland scherp aan.

Deze en ook Henk bewaren ’t stilzwijgen.

„Zoals ik u gezegd heb, kunt u per spoor de Oase van Dakhla bereiken. U verkiest om dan per karavaan verder naar ’t westen te gaan. U kunt echter in Dakhla heel moeilijk de nodige kamelen en personeel verkrijgen. In Qara, vlak bij de Oase-junctie, woont Sheik Abdullah. Als ik ’t hem verzoek, zal hij u behulpzaam zijn in ’t aanschaffen van ’t nodige. Hij heeft mij meermalen goede diensten bewezen. Blijft u nog lang in Kaïro?”

„We zullen er nog ’n paar dagen moeten vertoeven, Professor.”

„Dan zal ik vandaag nog aan Sheik Abdullah schrijven. Zal ik hem vragen alles voor u in orde te maken?”

„Als u zo vriendelijk zoudt willen zijn, heel gaarne.”

„Is er nog verder iets van uw dienst, Dr. Graafland?”