is toegevoegd aan je favorieten.

De vallei van de mist

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Selim is ook zo allemenselijk bijgelovig, Oom. Om z’n hals draagt hij ’n wervelbeentje van ’n zwarte slang en hij zegt, dat deze amulet alle boze geesten op de vlucht jaagt. Ik lachte er hem om uit, maar doodernstig verzekerde hij me, dat hij al z’n best zal doen om er voor mij ook eentje te krijgen. „Als ’t niét ’n slangebeentje is, dan krijgt Master Hennik ’n nageltje van ’n kangeroerat. Als Master Hennik dat op z’n blote borst draagt, hoeft hij nooit bang te zijn,” verzekerde hij me.”

Zo pratende, lezende en halfslapende kruipt de morgen en ’n gedeelte van de middag voorbij. Tegen vier uur bereikt de trein de rand van de Oase van Kharga en vermindert z’n vaart.

Oom en Henk leunen naar buiten.

Daar in de diepte ligt ’n nieuwe wereld, ’n wereld van lichtgroene, donkergroene en gele vlekken, zo ver ’t oog kan zien en op dat kleurenspel liggen bruine en witte stippeltjes: de huizen van de oasebewoners.

„De Oase van Kharga is 220 km lang en de gemiddelde breedte is dertig km. Reken nu maar uit, hoeveel ha de oppervlakte zo ongeveer is,” zegt Oom Karei.

Henk denkt even na.

„Zeshonderd zestig duizend ha,” zegt hij.

„Dat is meer dan Noord-Holland en Zuid-Holland bij elkaar.”

Henk kijkt z’n oom met verbazing aan.

Wie zou dat ooit gedacht hebben? Hij heeft zich altijd voorgesteld, dat ’n oase zo groot was als ’n klein dorp, groen, en met ’n paar waterputten, waar ’n groepje palmen omheen groeiden. En daar beneden ligt ’n wereld met dorpen en verspreide boerenwoningen, met grasweiden en klassieke monumenten uit de oudheid.

„Daar leven 20.000 mensen en groeien 50.000 palmbomen,” mérkt Oom Karei op.

Langzaam glijdt de trein over de gladde rails naar omlaag in ’t brede dal, dat naar alle zijden door 400 m hoge kalkrotsen beschermd is tegen de stormen der woestijn, hoewel de oasebewoners, niettegenstaande deze beschermende wallen, toch ’n hardnekkige strijd te voeren hebben tegen ’t zand, ’n strijd,