is toegevoegd aan je favorieten.

Hop, hop mijn paard

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„We kunnen dat kind toch niet vastbinden,” hadden Vader en Moeder al eens tegen elkaar gezegd, „wat zullen we toch met die lastige Jan doen?”

„Het zal beter gaan als hij oud genoeg is om naar school te gaan,” had de boer gezegd, „dan moet hij vanzelf altijd naar het dorp heen en weer en zal hij van dat zwerven wel genoeg krijgen/'

Toen Jan eindelijk 6 jaar was, ging het ook heus eerst veel beter, hij had een hele wandeling te maken met zijn kornuitjes 's morgens naar school toe en ’s middags na vieren weer naar de boerderij terug. Hij kwam dan meestal op een draf op zijn klompjes aanhollen en bleef dan ook wel thuis, want dan had Moeder de lekkere havermoutpap klaar en voor '| naar bed gaan

kreeg hij nog een dikke snee roggebrood met spek.

Maar toen hij weer wat groter werd, bleef hij toch soms weer lang weg, hij speelde met zijn vriendjes in het dorp, op het schoolplein onder de kastanjebomen, ze waren aan het knikkeren of haasje-over-springen en als de meester het zag dan zei hij weleens: „Vooruit jongens, naar huis gaan, hoor.” Maar meestal lette niemand op al die spelende kinderen.

Als een van de vrindjes zei: „laten we gaan vissen,” dan was Jan helemaal de verkeerde kant uit, want de vijver

2 •