is toegevoegd aan je favorieten.

De kinderen van Jan Valentijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOE FRED AVIATEUR WERD.

oogenblik, ik heb hem in een wip weer aan den gang.”

Voorbijgangers hielden stil en keken naar het ongewone stel. De inzittenden wisselden vriendelijkheden met de toeschouwers.

„Hallo, juffrouw! Meerijden? We gaan gauw weg, zoodra de chauffeur twee-en-een-halven cent in den meter gedaan heeft,” zei Kees Lintman.

Een grappige oude heer stapte naderbij.

„Kunt u me ook zeggen,” vroeg hij vriendelijk aan Cato Vergoed, „waar de reis heen is met dit ... eh... eh... theebusje?”

„Zeker wel, Grootpa,” antwoordde Cato ondeugend, „naar de Auto-Tentoonstelling in Amsterdam.”

„O,” zei het heertje, „ik dacht dat u op weg waart naar Medemblik!”

Intusschen bleef Lizzie weigeren voort te gaan. Bram stapte uit en lichtte den kap op van den motor. Toen de anderen dat zagen, meenden ze, dat het oponthoud wel eenigen tijd kon duren en stapten daarom uit. De Koffiemolen belemmerde het verkeer en er stonden wel zes auto’s in een rij te wachten. Een politieagent stapte naderbij.

„Zeg-eres,” sprak hij tot Bram, „stuur je oliekannetje een beetje naar het trottoir, dan kruinen ze passeeren.”

„Allemaal duwen!” sommeerde Bram en weldra was de wagen tegen den trottoirband gezet. Bram ging nu opnieuw aan het onderzoeken, wat de panne veroorzaakt had, en ontdekte weldra, dat een der draden van de magneet was losgeraakt. Geen wonder dus, dat hij geen vonk kon krijgen.