is toegevoegd aan je favorieten.

De kinderen van Jan Valentijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRAM’S MANCHETKNOOP.

Lachend verzocht hij Fred zoo vriendelijk te zijn om op te hoepelen, waaraan deze met de meeste bereidwilligheid voldeed.

Eenige oogenblikken later liep Fred weer in de Parklaan. In vroolijke stemming wandelde hij voort, tot hij aan de woning van Piet Merkel kwam. Piet was op zijn kamer en maakte van den Zaterdag gebruik zich eenig begrip van plantkunde in te stampen, een vak, waarvan hij nooit het noodzakelijke had kunnen inzien.

„Hallo, Piet,” begroette Fred hartelijk, „sjongen wat een ambitie.”

„Zoo, blij dat je komt, Fred.”

„Duivekaters... ; plantkundeboek... brrrr... Piet, je bent toch niet ziek? Je voelt je toch wel goed?”

„Dat heb ’k mezelf ook al afgevraagd,” beweerde Piet, z’n hoofd betastend. „De zaak is, dat ik net zooveel begrip heb van plantkunde als jij van ’n - aeroplane.”

„Wie zegt, dat ik geen begrip heb van ’n aeroplane?” protesteerde Fred. „Beste Piet, als kind reed ik een fiets... toen een auto en binnenkort zal ik je uitnoodigen in mijn Fokker.”

Voor een oogenblik keek Piet zijn vriend verbaasd aan en zei toen:

„Als jij dat zoo zegt, Fred, klinkt het heelemaal niet onwaarschijnlijk. Jij bent er heelemaal de kerel niet naar, om voor dokter of professor te studeeren.”

„Dat ben ik ook heelemaal niet van plan,” antwoordde Fred. „Ik houd van de buitenlucht en ik ga me heusch niet voor de rest van mijn leven binnenshuis opsluiten. En waar vind je meer buitenlucht dan in een vliegmachine? Boven-

5*