is toegevoegd aan je favorieten.

De kinderen van Jan Valentijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOE FRED AVIATEUR WERD.

„Neen, een mo... mo-o-ot... motorfiets!” kwam er ten laatste uit.

„Juist, juist, een motorfiets. Een nieuwe of een tweedehands?”

„N... nieuwe... nieuwe...”

Er stonden twee gloednieuwe motorfietsen in den winkel, een Indian en een Simplex. De klant stapte erop toe, bewonderende blikken op de rijwielen werpend.

„Hier zijn twee karretjes,” vertelde Fred, „zooals u er geen betere kunt vinden. Kunt u motorrijden?”

„O z... zeker... m... maar... ik b... be... bedoel... ik-kik heb ’t nog nooit gedaan, z... z-zie je.”

„U heeft het nog nooit gedaan? Maar dan moet u het eerst leeren en een rijbewijs krijgen,” zei Fred.

„O, da’s geen be... bezwaar... ik-kik kan wel een b... b-b-b... beetje rijden, z... z-z-z... ziet

u, want ik-kik heb er v... v-v-v... veel over gelezen.”

„We zullen u toch eerst wel een paar lessen moeten geven,” zei Fred weer, „anders gebeuren er ongelukken. Deze machine kost vierhonderd gulden en die andere vier honderd en vijftig.”

„Ik-kik k ... k-k-k ... koop de Simplex ... ja,

v. .. v-v-v... vier-honderd-en-vijftig... Hier is tiet g... g-g-g... geld...”

En de stotterende jongeling haalde een portefeuille uit den binnenzak, die haast barstte van Ie banknoten.

Fred was stom van schrik en verbazing, toen lij al dat geld zag, dat zoo achteloos door den jongen klant in den zak gedragen werd.