is toegevoegd aan je favorieten.

Clubhuis "De Crocus"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN BOENDERS EN DWEILEN

„Wat een bofferd ben ik!” riep ze nog achterom en ze liep voorzichtig over het tuinpad, het blad voor zich uitdragend.

„En nou wij weer aan de slag!” beval mevrouw, „maar luister eens, kinderenlief, wanneer het geen beletsel is, om je werk net zo netjes te doen als daar straks, is het niét verboden, hoor, om er ’n beetje bij te zingen!”

„Hè ja!” stemden ze rumoerig in, en Nienke met haar grappige, lage stem, zette in: „In ’t groene dal, in ’t stille dal...” waarop Impje onmiddellijk bijviel met de tweede stem, en de anderen ook volgden.

Het klonk zo fris en blij door die wijd-open vensters, dat dokter van Waarden, die juist over het tuinpad kwam toegelopen, z’n hoofd vol zorgen over een ernstige patiënt, verrast bleef staan.

Dat was waar ook... het Clubhuis! Helemaal vergeten had-ie het, en geen wonder, na dat bezoek van vanochtend. Ach ja, zo zag je... aan de ene kant al triestheid, aan de andere levenslust en jeugd. Gelukkig maar, dat deze tegenstellingen bestonden, en dat hij ze nu voortaan zou mee-beleven, zo dicht bij huis, in z’n eigen tuin. Want het kon je wel eens een beetje bedroefd maken, een vak als het zijne, hoewel het toch ook wel èrg heerlijk was, wanneer het je mocht gelukken, als dokter, iemand beter te maken, helemaal beter van een ernstige ziekte. Zoals de vorige week liet dochtertje van van Gelder, dat zo aardig weer was opgeknapt ...

Hij stond al vlak voor het venster, eer Nienke hem, als eerste, zag.

„Oom!” ze zwaaide uitdagend een bezem voor z’n gezicht heen en weer, „komt u ’es op, als u durft?”

De meisjes keken een beetje verlegen naar den „dokter” en van hem naar Nienke, met iets van bewondering