is toegevoegd aan je favorieten.

Clubhuis "De Crocus"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET CLUBHUIS „DE CROCUS,>

bijna zo groot als de politieagent zelf, en met een even kolossaal potlood werden naam en adres van den kwajongen opgeschreven! Weer klaterde er een applaus op van uit het publiek.

Enig was het ook, en er werd heel duidelijk mee aangetoond, dat je in de stad niet op straat mocht rolschaatsen.

Henny kneep Dineke eens even in haar arm, en met z’n allen gichelden ze even, want natuurlijk dachten ze aan Dineke’s botsing met den dikken meneer Veldman. Zie je wel, het mocht dus tóch niet?

„Zustertje!” klonk toen een stem plots achter hen, „waar blijf je?”

Een meneer met een boekje, waarin hjj telkens keek, tikte Nienke op haar schouder.

„O, joppie,” schrok ze, „moet ik al?”

„Ja, hoor, en de kinderwagen staat al klaar. We hebben er maar een échte baby ingelegd,” plaagde de ander, „goéd?”

„Nee toch?” schrok Nienke en haar gezichtje stond zo verslagen, dat de meneer medelijden met haar kreeg, en heel gauw troostte: „Nee, maak je maar niet van streek, hoor. Het was een grapje. Zo, ga hier nu staan, en als ik wenk, rijd je meteen de hoek om.”

Daar ging Nienke, heel parmantig. Met z’n allen stonden ze haar na te gluren door de schuttingspleet.

Ook Nienke kreeg een hartelijk applausje, wat waren er toch een mensen, zwart zag het, en van verschillende kanten stegen kreten op als: „O, wat alleraardigst! Kijk toch eens, dat verpleegstertje!”

Daar gingen nu ook de andere meisjes, en alleen de vier, die in de bruidsstoet zouden meerijden, bleven achter, wachtend tot het hun beurt zou zijn. De verkeersagent had nu z’n handen vol, en hij kon het heus niet helpen, als af en toe de stroom niet meer te