is toegevoegd aan je favorieten.

Enny Dudok

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij stak een sigaret op, gaf een trap tegen zijn motor en reed ronkend weg.

„Da’s Evert!” mompelde ze lachend. „Geen woord te veel en elk woord raak. Hoepla, het wordt me hier te vochtig,” en ze wipte lenig in het voertuig.

Van de bushalte tot de villa was tien minuten gaans en toen zij halverwege was en al weer liep te piekeren over de geheimzinnigheden van Evert, gaf ze een kreetje van verbazing.

Uit een zijweggetje was een jongeman tevoorschijn gekomen. Hij stond midden in het schijnsel van een straatlantaarn en toen zij hem herkende, voelde zij het bloed naar de wangen kruipen. Een nieuwe verrassing vanmiddag Willy met zijn knap gezicht, zijn gitzwarte ogen

en zijn blijde glimlach.

„Neen, het is geen toeval, Ennekind,” zei hij onmiddellijk met haar hand in de zijne. „Ik wist dat je om deze tijd van de bushalte pleegt te komen. Je moet weten, dat ik voor vader in Achttienhoven moest zijn vanmiddag. De man, waar ’t om ging, was echter niet thuis, doch zijn zoon bracht me bij hem. Hij was bij een kennis, een zekeren Hamers, die een kilometer voorbij jullie huis woont in zo’n grappig boerderijtje.”

„Hamers de hoefsmid?”

Ze liepen naast elkaar op.

„Juist,” knikte Willy. „En weet je wat me overkomen is?”

„Gossie toch niets naars?”

Ze keek hem angstig aan.

Hij glimlachte even.

„Aan één kant wel, maar het gebeurde heeft ook weer zijn goede zijde. Want als het niet gebeurd was, zou ik nu al weer in Hilversum zitten en niet naast jou lopen ”

„Ga je flirten?” vroeg ze nuchter, doch evenals die