is toegevoegd aan je favorieten.

Enny Dudok

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kom, kom ” suste Enny. „Jij zal ook wel schuld

hebben, Ger, wees eens eerlijk?”

„Best mogelijk hoor; je wordt natuurlijk koel en humeurig. Maar ik zal hem het verheugende nieuws overbrengen, Enny. Ik spreek hem vanavond niet meer, maar zal een krabbeltje in zijn kamer leggen.”

„Graag als je wilt.”

„Waar hij zit is me een raadsel,” vervolgde Gerda met een ontevreden klank in haar donkere stem. „Natuurlijk weer in Amsterdam. Hij moet dan met de trein zijn gegaan of misschien met een taxi, Joost mag het weten. Je maakt wat mee, kind, met zo’n fuifnummer als broer, boe !”

„Lieve deugd, Ger, wat ben je uit je hum. Nou, het is drie minuten hoor, tot morgenavond en zorg dan voor een vrolijk gezicht.”

„Morgenavond? Wat bedoel je?”

„We gaan toch met z’n drietjes naar de H.B.S.-fuif in Bussum?”

„Wie?”

„Wie ? Nou, wij natuurlijk, jij en Willy en ik.”

„Maar je bent stapel, kind, ik weet van geen H.B.S.fuif!” riep Gerda verwonderd. „Minstens een eeuw geleden heb ik al een uitnodiging gekregen om morgen op een verjaarpartij te komen bij de Vlamings in Laren.”

Enny leunde zwaar tegen de lambrizering. Even was ’t of de hal langzaam begon te draaien.

„Lieverd, je moet je vergissen ” antwoordde ze

aarzelend. „Willy heeft me heel positief gezegd, dat jij hem had beloofd mee te zullen gaan. We hebben aldoor over ons drietjes gesproken ”

„Larie hoor, hij heeft niet over het avondje gekikt!”

„Dus ik zie je morgen niet?”

„Mij niet, Enny.” Ze begon spottend te lachen. „Hij