is toegevoegd aan je favorieten.

De kinderen uit het Laurierstraatje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tBKSTE HOOFDSTUK

Up t Laurierdorp

Het weiland lag achter het straatje en dat was aan het eind van de stad gelegen. Eigenlijk was het weiland n stuk bouwgrond, doch tot nu toe scheen er niemand enige lust te voelen daar een huis neer te zetten en zo had de jeugd van ’t straatje het zich maar als een rechtmatig bezit toegeëigend. Ze kwamen daar samen en speelden er, vochten er, verveelden er zich, ze genoten er van zon, lucht, licht en vooral van een onbeperkte vrijheid. Er liepen geen trams, er kwamen geen auto’s, niets en niemand kon er kwaad.

’t Was Woensdagmiddag en waar kon de jeugd dus weer beter opgeborgen worden dan op de wei.

Zo trok er dus weer een hele schaar heen, de één met zijn armen vol auto’tjes; ’n ander met ’n pop; ’n derde met n beer; ’n hond met drie poten en afgezabbelde staart. Maar Beppo, de rijkste van allen, sjorde ’n trekkar achter zich aan, die vol geladen was met diverse speelgoed.

Op het weiland aangekomen zocht ieder z’n plaatsje. Pieter zette zijn auto’tjes voor zich neer, Beppo stalde al zijn bezittingen uit. Doch al heel gauw hingen ze om. t Was ’n warme voorjaarsdag en ze waren te loom om zich druk te maken.

Henk stelde ’n spelletje voor, Bram wist wat leukers,