is toegevoegd aan je favorieten.

De kinderen uit het Laurierstraatje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik toevallig ook. Moeder bakt eiken Zondag flensjes!”

„O, mijn Moeder maakt Zondags ook wel eens pudding of zo!” blufte Koosje terug. „Wat heb jij in dat zakje?”

„Zuurtjes, toe gekregen bij Jansen. Ben jij daar dan ook niet geweest en heb jij dan ook niet wat gehad?”

„Ik heb t meel bij den bakker gehaald, bij Willemse en daar kreeg ik ’n koekje en dat heb ik al op ook! Toe, je kon mij best ’n zuurtje geven!”

„Eén dan,” zei Mieke. „Ik bewaar de rest voor de kleintjes.”

„Die weten er niks van, dus ze zullen ze ook niet missen. Ik vind dat wij er met ons beidjes maar eens van genieten moestenl”

Doch Mieke schudde beslist van „Neen!”

„Nou, ik mag dan die éne toch wel zelf uitzoeken, niet! Maak open de zak, of geef ’em even aan mij! En ’t kind moet er toch ook één hebben!

„Ik zal em wel vast houden, pak er nu maar twee!”

„Krent!” schold Koosje. „Je bent net zo gierig; je wilt het voor je zélf houden; dacht je dat ik ’t niet snapte!”

„Nietes!”

„Welles! Je zegt dat maar zo van die kleintjes!”

Meteen rukte ze Mieke het zakje uit de hand.

„Lekker 1 Nu heb ik het helemaall”

„Da ’s vals! Geef hier!”

„Pak maar als je kunt!”

Toen vloog Mieke op Koosje los, doch natuurlijk vielen de zakken met meel en suiker daardoor op den Jrond; het papier scheurde en de kostelijke inhoud lag ils twee blanke hoopjes midden op straat.

In minder dan geen tijd stoven er ’n paar honden op os, die gretig in die suikermassa likten.

Je Kinderen uit net Laurierstraat je

r