is toegevoegd aan je favorieten.

De kinderen uit het Laurierstraatje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar geld daar bewaarde. Misschien dat de kleintjes eens gezien hadden als ze er geld bij deed of af nam.

De kleintjes! Nou ja! Wat wilden die met haar geld uitvoeren?

Ze wisten nog amper wat geld was!

En ze konden er niet bij bovendien.

Nu ging ze na; wanneer had ze het laatst ’t doosje nodig gehad? Toen ze met Dorus uit was geweest voor de advertentie. Dorus! Die had de suiker en het meel per ongeluk achter in zijn fietstas laten zitten! Maar die later gebracht. Hij had haar doosje gehad om uit te betalen. Maar... hij had het haar toch terug gegeven? Ja zeker! Natuurlijk! En toch weifelde ze!

Maar als Dorus het geld nog gehad had, dan moest hij het toch ook gevonden hebben en het terug gebracht hebben gelijk met de winkel-waren! Dorus zou toch zeker haar geld niet willen stelen!

Akelig! Ze kleurde er van dat ze zo lelijk over hem dacht! Hij had haar nog wel zo prachtig geholpen!

Het ergste was dat ze het niet eens meer vragen kon, want Dorus was weg. Die leerde nu het schippers-bedrijf bij zijn Vader en zou zeker al wel ’n heel eind in Duitsland zijn; ze waren den Rijn af gegaan.

Dorus straalde toen hij afscheid was komen nemen en beloofde haar nog eens ’n kaart te sturen! En als hij weer eens in Amsterdam kwam zou hij haar zeker op komen zoeken! En al de anderen ook.

Hein had zijn baan gekregen bij den kruidenier en zijn stelten.

Dorus was dus weg, maar de spaarpot eveneens!

En de heerlijke verrassing viel deerlijk in duigen!

En wie kon ze nu iets omtrent de spaarpot vragen?

Bij Vader en Moeder wilde ze er nu niet mee aan