is toegevoegd aan je favorieten.

De kinderen uit het Laurierstraatje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ijeetje! Dat zou zo fijn worden!

„Maar... de meissies! Wat moeten die?” vroeg Beppo.

„Wij! Kunnen wij dan niet meespelen?”

Maar meisjes voetballen! Neen, dat gebeurde toch nooit, dat was geen meisjesspel.

„Dus wij kunnen dan hier voortaan wel weg blijven?” bromde Koos en ze ging met haar handen in de zij vlak voor de aanvoerders staan. „Zo! Ik moet zeggen dat het hartelijk is!”

„Nou!” bromde Lien.

„Zijn we daar nou voor beter geworden en hebben we ons nou daarom zo verheugd om weer naar Laurierdorp te gaan. Om te horen dat we verder wel thuis kunnen blijven!”

„Dat er voor ons toch niks meer te doen is!”

Met z’n allen stonden ze te klagen. Was het ook niet treurig?

„Nou, nou,” zei Bram. „Je hoeft er niet zo verschrikkelijk over te zaniken!”

„En zo sikkeneurig te kijken!”

„Jullie lijken wel mal,” vond Bart je, „je kijkt alsof je op n begrafenis bent. Maar wij beginnen immers nog lang niet. We maken eerst het veld. Nou, daar kunnen we jullie best bij gebruiken.”

„Ja, en als ’t dan klaar is mogen we ophoepelen!”

„Wel neen! Dan moeten we oefenen en dan mogen jullie gerust nog mee trappen. Dan zijn we toch nog onder ons. En we kunnen alleen nog maar oefenen met ’n gewone bal. Want echte voetballen zijn peper-duur! Die hebben we nog maar zo niet te pakken!”

Toen keken de jongens onwillekeurig naar Beppo.

Als hij met z’n twee Opoe’s en z’n twee Opa’s eens zo’n ding kreeg! Je kon niet weten met Sint Niklaas of