is toegevoegd aan je favorieten.

Nienke van Hichtum vertelt weer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. DE PRINSES EN DE VUURVOGEL

der bomen en nog hoger — tot in de wolken!” antwoordde de vogel.

„Ach, lieve vogel, dat kan ik best begrijpen! Ik ben zelf ook een gevangene. Nooit, nooit, zolang ik leef, ben ik buiten geweest in de vrije lucht.”

„Arme Prinses,” zei de vogel, „zeg mij toch of je misschien een wens hebt, dien ik zou kunnen vervullen. Is er niet iets, wat je héél graag zou willen? — Bedenk je eens.”

„Ik behoef mij niet te bedenken, want er zijn twee dingen, waarnaar ik verlang. Ten eerste zou wel eens willen zien, hoe de wereld buiten dit paleis er uitziet, en ten tweede zou ik Prins Vanija, wiens portret in de zaal hiernaast hangt, graag eens willen leren kennen.”

„Die twee verlangens kan ik vervullen!” riep de vogel blij. „Ik zal je helpen, als je mij eerst de .vrijheid terug wilt geven.”

Nu opende de Prinses eerst de kooi, en daarna een der ramen van de zaal.

„Ziezo,” zei de vogel, „klim nu maar gauw op mijn rug, en je beide wensen zullen worden vervuld.”

’t Was intussen al donker geworden, maar de vogel liet zich daardoor niet afschrikken. Want zijn naam was immers „Vuurvogel”, omdat zijn vleugels zó straalden, dat ze den gehelen omtrek verlichtten zelfs in den donkstersten nacht.

Hoog vloog hij de lucht in met de Prinses op zijn rug, en bij het heldere licht, dat van hem uitstraalde, kon ze de gehele wereld onder zich duidelijk zien.

O, wat was alles prachtig! Nooit had ze zich kunnen voorstellen, dat alles daarbuiten zó mooi, zó heerlijk zou zijn!

Vol verrukking keek ze neer op de bomen, op de heuvels, en dan weer omhoog naar de schitterende sterren.

Ver beneden zich zag ze haar vaders paleis en de stad daaromheen. Alles straalde van licht — want ’t was immers feest! Haar ouders waren daar ook en het volk jubelde hen toe — ach, zonder dat iemand wist, welk een slag hun geliefden Koning had getroffen!

Maar daar dacht het Prinsesje niet aan, op dit ogenblik. Ze verheugde zich alleen maar over al de schitterende lichtpunten daar beneden, die óók wel kleine sterretjes leken.

Ze keek naar de forse, donkere stammen van de hooge bomen, die zich zo streng af tekenden tegen de witte sneeuw op de bergtoppen;