is toegevoegd aan je favorieten.

Nienke van Hichtum vertelt weer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. DE PRINSES EN DE VUURVOGEL

dag trouwde de Kroonprins met de bruid, die de Vuurvogel hem had gebracht.

Alle Koningen en Koninginnen van ver en nabij waren uitgenodigd om deel te nemen aan het feest.

En — denk eens aan! — op dezen heerlijken feestdag vond de gelukkige bruid opeens haar eigen ouders terug onder de gasten!

Die herkenden haar ook dadelijk.

„Kijk, kijk!” riep de Koningin. „O kijk toch, deze bruid is immers onze eigen verloren dochter!”

Dat was me een blijdschap!

Het ging aan dit Hof anders altijd verbazend deftig toe, maar deze drie mensen vergaten voor één ogenblik alles om zich heen. Ze kónden elkaar niét genoeg aanzien, en telkens opnieuw vielen ze elkaar om den hals.

Spreken konden ze eerst niet, maar eindelijk toch zei de Koningin: „O dochter, mijn lieve, lieve dochter, waarom ben je van ons weggevlucht? Wij hadden je zo lief!”

„Ik weet het zelf niet,” antwoordde ze. „Ik verlangde zo om de wereld te zien, en de blauwe hemel, en de bomen, en al het andere! —

— Toen nam de Vuurvogel me mee en hjj bracht mij hier naar toe — en toen is hij weggevlogen en ik kón niet bij U terugkomen, omdat ik den weg niet wist.”

„En verlangde je wel eens naar ons?”

„O ja, lieve Vader en Moeder, ik verlangde altijd, altijd naar U, maar ik wist zelfs den naam niet van het land, waar ik geboren ben.

— Maar nu zijn we weer bij elkaar. Wat zullen we allemaal gelukkig zijn!”

Ja, gelukkig waren ze allemaal! Want het jonge paar bracht voortaan elk jaar enige maanden door bij haar ouders.

En die hielden zó veel van hun schoonzoon, dat de oude Koningin toch eens ’t niet kon laten te zeggen: „Eigenlijk is alles toch goed terecht gekomen. We hebben onze dochter niet verloren en er, inplaats daarvan een zoon bijgekregen.”