is toegevoegd aan je favorieten.

Nienke van Hichtum vertelt weer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HARP VAN DEN DAGDA.

Een oud-Ierse sage. (Voor de ouderen.)

In het oude Ierland woonden lang, lang geleden (ik geloof dat ’t in de tijden vóór Christus’ geboorte was of tenminste niet lang daarna), twee geheel verschillende volken, zo vertelt de sage. De zonen van het ene volk — de „Fomorians” hadden lang zwart haar en donkere ogen en ze vochten met lange dunne speren, gesmeed van goudbrons. De andere volksstam daarentegen onderscheidde zich door zijn goudgeel haar en helderblauwe ogen, en de mannen van dit volk bezaten korte, stompe, zware speren van dof metaal.

Over het goudharige volk regeerde een opperhoofd, dat tegelijk een soort van priester was, de „Dagda”.

Nu bezat deze Dagda een wonderdoende harp, schoon om aan te zien, groot van vorm, gemaakt van een zeldzame houtsoort en versierd met goud en juwelen; en in de snaren van deze harp school een wonderbare muziek, die alleen door den Dagda te voorschijn kon worden geroepen.

Wanneer de mannen ten strijde togen, nam de Dagda zijn wonderharp van den wand en liet zijn vingers over de toetsen glijden. Dan weerklonk er zo’n vurig strijdlied, dat elke krijgsman snel zijn wapenrusting vastgespte en luid den krijgsroep uitjubelde: „Vooruit mannen, ten strijde!”

En als dan eindelijk de strijders vermoeid en gewond terugkeerden, ook dan nam de Dagda zijn wonderharp van den wand; zijn vingers grepen de snaren en als haar tovermuziek door de hal weerklonk, dan vergat elke man zijn wonden en zijn pijn en dacht alleen aan den roem, dien hij zich had verworven, aan de trouwe kameraden, die naast hem waren gevallen in den strijd, en aan de veiligheid van zijn vrouw en kinderen.

Al luider en luider klonk dan het lied; elke krijgsman verheugde zich over de overwinning, die hij mee had helpen bevechten voor zijn koning en zijn volk, en de een na den ander sprong op van zijn zetel, hief zijn beker omhoog en juichte: „Leve de Koning!”

Eens kwam er een tijd toen er een oorlog ontstond tussen de donkere Fomorians en de mannen van den stam met de goudgele haren, en