is toegevoegd aan je favorieten.

Nienke van Hichtum vertelt weer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

DE ONSTERFELIJKE TOVENAAR

Toen ze Iwan Tsarewitsj daar zagen staan, lachten ze hem uit.

„Zeg jij boerepummel, wou jij je ogen ook al opheffen tot de Onvergeljjkelijke Schoonheid? Je bent haar kleinen pink nog niet waard.

Ze drongen allen op hem aan en wilden hem van de Prinses wegtrekken.

Toen werd Iwan Tsarewitsj woedend! Hij sloeg er op los met de hand, daar lagen al verscheidenen in het zand. Hij sloeg nog eens weer, daar lagen ook de anderen ter neer.

Toen nam de Onvergelijkelijke Schoonheid hem bij de hand en geleidde hem naar haar kasteel. Ze liet hem plaatsnemen aan een gedekte tafel, bediende hem met haar eigen blanke handen, en noemde hem haar bruidegom.

Ze besloten nu, samen naar het rijk van zijn vader te vertrekken en gingen dadelijk op weg.

Onderweg rustten ze een poosje in het vrije veld. De onvergelijkelijke Schoonheid viel in slaap en Iwan Tsarewitsj waakte over haar, totdat ze wakker werd. Toen zei hij: „Onvergelijkelijke Schoonheid, waak jij nu over mijn blank lichaam. Ik ga slapen.”

„Hoe lang?”

„Negen dagen lang, zonder mij om te wenden. Al probeer je ook mij eerder wakker te maken, ’t zal je niet gelukken. Maar als de tijd gekomen is, ontwaak ik vanzelf.”

„O, wat een langen tijd, Iwan Tsarewitsj,” zuchtte ze. „Ik ben bang, dat ik heel angstig zal worden.”

„Ja, dat spreekt van zelf. Maar er is niets aan te doen, mijn tijd van slapen is gekomen.”

Meteen ging hij liggen en viel in diepen slaap.

Maar ondertussen kwam de Onsterfelijke Reus Kostsjei, en die nam de Onvergelijkelijke Schoonheid mee naar zijn eigen Tsarenrijk.

Toen Iwan Tsarewitsj wakker werd, zag hij haar nergens. Hij schreide bittere tranen en zwierf overal rond om haar te zoeken.

Zo kwam hij eindelijk ook in het land van den Onsterfelijken Kostsjei.

Aan den weg stond een vervallen hut en hij vroeg aan de oude vrouw, die daar woonde, om nachtkwartier.

„Iwan Tsarewitsj,” zei het oudje, „waarom ben je zo bedroefd?”

„Ach, ik bezat alles en nu heb ik niets meer.” En hij vertelde haar, wat er gebeurd was.